Johnny wordt op straat gevonden door
een voorbijganger die zo wijs is het kind af te leveren bij
Jeugdzorg. Johnny spreekt Spaans en, afgaand op zijn fysieke kenmerken is hij
waarschijnlijk van Dominicaanse ouders.
Jeugdzorg weet even geen raad met hem
en brengt hem naar de missiepost van zuster Christina waar hij voorlopig
onderdak mag krijgen en het verzoek aan Christina is de jongen aan het praten
te krijgen en uit te vinden waar hij vandaan komt, hoe zijn ouders heten en hoe
oud hij is. Johnny praat wel, maar over deze details is er geen begrijpelijk
woord uit te krijgen. Aan de hand van zijn gebit wordt aangenomen dat hij
tussen de vier en vijf jaar oud is.
Naarmate hij zich meer thuis gaat
voelen en de eerste aanpassingsproblemen heeft overwonnen verandert Johnny. Hij
wordt rustiger, minder angstig en hij slaapt nu de hele nacht door.
Christina heeft af en toe een gesprek
met hem maar wil niets forceren, dus het blijft onduidelijk waar hij voor zijn
aankomst heeft gewoond. Op zijn lichaam zijn sporen van misbruik zichtbaar.
De jeugdzorg-inspectrice komt
regelmatig langs en vindt dat Johnny het huis uit moet want volgens haar is hij
al zes jaar geweest. Christina weet de uitzetting tegen te houden door aan te
voeren dat hij nooit zes jaar of ouder kan zijn. Hij begint notabene net zijn
melktanden te verliezen.
Terwijl ze ons dit vertelt loopt ze nog
rood aan van verontwaardiging. Tranen staan in haar ogen als ze verder gaat:
We zaten een keer in de tuin mango te
eten toen hij ineens de opmerking maakte dat hij wel eens peren had gegeten.
“Die zijn écht lekker” zegt hij, zichtbaar nagenietend.
“Peren”? Zover Christina weet groeien
er in de Dominicaanse Republiek geen peren.
In de hoofdstad worden (import)peren soms verkocht maar zijn, voor de
gewone man, onbetaalbaar.
“O ja? Lekker zeg..! Was dat bij je
thuis of was je op vakantie”? Even blijft het stil en dan roept hij “Nee, ik
was toch in Frankrijk, dat was in Frankrijk”!
Christina: “ o ja, dat was ik vergeten,
dom van me hoor. Vond je mama peren ook lekker”?
Hierop krijgt ze alleen een
nietszeggende blik en geen antwoord.
Hij rent weg, gaat spelen en er gaan
weken voorbij voor ze weer een kans krijgt hem te laten praten.
Bij de volgende gelegenheid vraagt ze
of ze in een mooi huis woonden, daar in Frankrijk. “ Néé, roept hij lachend, we
waren met een boot toch..”
Christina: “ O, dus dat was op
vakantie, wat geweldig, op een boot. Heerlijk lijkt me dat. Heb je veel
gezwommen”?
“Nee”.
Christina: “ Je hebt niet in zee
gezwommen”?
“Nee”
Stilte.
“Het was erg warm op de boot. We zaten
allemaal in een grote kamer. En ik kreeg peren als ik ging spelen met mijn
grote vriend”.
??!!??
“Maar er was een jongen en die wou naar
zijn mama. Die was stout. En die huilde altijd. Die mocht wél zwemmen”.
“ O? in de zee”?
“ Ja, ze namen hem mee en
toen keken we door het raampje en toen zagen we hem”.
Christina: “ wat fijn voor die jongen.
En toen kwam hij later zeker lekker opgefrist terug"?
Stilte.
“Nee, we hebben hem nooit meer gezien.”
Kinderen in de seksindustrie wordt vaak verteld dat ze op
een bepaalde plaats of een bepaald land zijn. Ergens op zee (zoals in dit
geval) of in een huis worden kinderen door volwassenen misbruikt. Kinderen die
in onze maatschappij nog als kleuters worden beschouwd. Dus als je een kind
vertelt dat hij in Amerika, China of Frankrijk is dan gelooft hij/zij dat ook.
Logisch. Mochten ze ooit ondervraagd worden dan zijn ze daar geweest.
Door het verhaal van Johnny die waarschijnlijk gedumpt is
omdat hij te “oud” werd, weten we in ieder geval nu ook dat “lastige” kinderen
gewoon “verdwijnen” of, zoals in bovenstaand verhaal: overboord worden gezet en
verdrinken.
Kinderen zonder geboortebewijs, zonder bestaansrecht en zonder
identiteit. En wat heerlijk is dat voor bepaalde types. Kinderen die officieel
niet bestaan.
Kinderen als weggooi-product!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten