De 9-jarige Marla
wordt gevonden aan de boulevard. Ze is verward, hongerig en verwaarloosd en
vraagt voorbijgangers om brood.
Een man die met
z’n dochter voorbijloopt, heeft medelijden met haar en besluit haar mee naar
huis te nemen. De dochter is van dezelfde leeftijd en ze mag bij hen logeren
tot er een oplossing is gevonden. Lees: tot haar ouders zijn gevonden want ze
weet niet meer hoe die heten en waar ze wonen.
De politie zegt
dat ze niet als vermist is opgegeven dus ze vragen het logeergezin om het meisje
nog even bij zich te houden. Dochter vindt het leuk. Ouders ook.
Na een paar dagen
is de vondeling alweer aardig opgeknapt, uitgeslapen, schoongewassen, gekleed
en gevoed en dan beginnen de problemen. Ze weigert te zeggen waar ze vandaan
komt. Ze vernielt speelgoed en kleding van de dochter, loopt weg, haalt midden
in de nacht de koelkast leeg en eet alles wat ze kan vinden, ze liegt en
verdwijnt af en toe zo maar voor een hele nacht of dag. Het logeergezin weet
zich geen raad meer en vraagt de politie het meisje elders te plaatsen.
Politie levert
haar af bij Jeugdzorg.
Jeugdzorg zegt nergens een plek voor haar te
hebben en uiteindelijk mag ze tijdelijk bij de kleuters in het kindertehuis van
zuster Christina.
Christina heeft
weer de opdracht het kind aan het praten te krijgen maar vooralsnog is Marla alleen
maar dwars, pest de kleintjes en moet constant in de gaten worden gehouden. Ze
kan het tehuis niet uit. Dat zorgt voor de nodige frustratie en ze wil de “
gevangenis” uit.
De littekens en
striemen die ze op haar rug heeft staan duiden erop dat ze veelvuldig is
geslagen is en het doktersonderzoek wijst uit dat ze veelvuldig seksueel is misbruikt.
Het heeft wat
geduurd maar dan begint ze zich aan te passen. Ze wordt rustiger maar zegt (of
weet) nog steeds niet waar ze vandaan komt. Hoe haar ouders heten weet ze niet
en noemt iedere keer andere namen die ze kennelijk uit haar duim zuigt. “ Ze
wist het echt niet” zegt Christina later. Naar school is ze nooit geweest dus
ze kan lezen noch schrijven. Christina en haar assistenten proberen haar op dat
gebied wat bij te spijkeren.
Het enige wat ze vaak vertelt is dat ze
Engels spreekt want ze heeft in Amerika gewoond. In een groot huis.
Tja..
Jeugdzorg heeft
zich verre gehouden van het hele probleem (veel te gecompliceerd) en na een
paar maanden besluit Christina haar over te plaatsen naar het huis van de
grotere kinderen waar ze in ieder geval tussen leeftijdsgenoten zit. Of ze daar
veiliger is blijft de vraag want nu kan ze gewoon de straat op als ze dat wil.
Maar tussen de kleintjes is ze duidelijk niet op haar plaats. Ze kan nu ook samen met de anderen naar de
nabij gelegen school.
Ook hier ligt ze
weer dwars, zij het minder dan vroeger. Ze pikt kleding en/of speelgoed van de
andere meisjes, ze plaagt veel en al snel krijgt ze de bijnaam Marla la mala (Marla
de stoute). Verder verkondigt ze nog steeds dat ze in de “gevangenis” zit hier.
Het klinkt stoer, vindt ze zelf, maar als haar gevraagd wordt waarom ze dat
denkt, begint ze te lachen. Desondanks doet ze
gretig mee met diverse activiteiten die door de vrijwilligers en Marcel en Abel
worden georganiseerd
en helpt ook nog mee aan de uitvoering ervan.
Marla is gek op
muziek en kan prachtig dansen. Ze danst als een professionele danseres. Er is
niets kinderlijks aan haar manier van bewegen als ze danst. Ook als je een foto maakt staat ze in de
houding. Ze poseert als een volwassene. Niet als een 9- jarige..
Als wij in
Barahona arriveren, maken we dus kennis met Marla. Het is een lief kind. Ze
vraagt meteen de aandacht, pakt mijn hand en wil dat ik meeloop naar de
slaapkamer die ze met drie andere meisjes deelt. Ze hebben geen kast of plank
om iets in of op te leggen maar over een dun houten latje ligt een klein stapeltje kledingstukken
gedrapeerd: “ Kijk, deze kleren zijn van mij. Mooi hè?” Er liggen nog drie andere
stapeltjes. De garderobes van de andere drie meisjes.
Als ik met
Elisabeth even in het Nederlands van gedachten wissel komt ze direct vertellen
dat zij ook heel goed Engels spreekt, maar nu verstond ze het even niet. “
Goed, zeg ik, zeg jij dan eens iets in het Engels tegen ons". Ze grijnst,
schuifelt wat heen en weer en zegt dat ze het niet hardop gaat zeggen waar al
de andere meiden bij zijn. “Oké, in mijn oor dan”. Ja, dat wil ze wel. “ I love you”. Even later weet ze er nog een die ze me in mijn oor
gaat fluisteren: “ you are my friend” .
We vrezen dat dit
haar hele Engelse vocabulaire is. Verder heeft ze waarschijnlijk nooit iets
hoeven zeggen.
Ook is het nog
steeds niet duidelijk wat er met Marla is gebeurd voordat ze daar op die
boulevard werd gevonden. Zij zelf doet er, wat dat betreft, het zwijgen toe.
Als we de meiden
vertellen dat we binnenkort alle koffers en tassen gaan uitpakken en de
gedoneerde kleding gaan verdelen springen ze een gat in de lucht.
En dan moeten we
ook maar wat klerenhangertjes kopen denk ik.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten